enEnglish

Mededingingsrecht in het algemeen

Het mededingingsrecht bestaat uit regels met als doel om het proces van concurrentie te beschermen. Het zorgt voor een groei van de consumentenwelvaart door bijvoorbeeld de efficiëntie te verbeteren en innovatie aan te sporen, output te optimaliseren, de kwaliteit van producten op de markt te verbeteren en consumenten meer keuze te bieden. Het leidende principe is dat het mededingingsrecht bedrijven verplicht om onafhankelijk van elkaar te handelen.

Het Nederlandse mededingingsrecht is min of meer een kopie van Europees mededingingsrecht met hier en daar enkele verschillen.

De regels van het mededingingsrecht

Het Europese mededingingsrecht is ontwikkeld vanuit twee centrale regels neergelegd in het Europese Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie: artikel 101 en artikel 102 van het Verdrag (vergelijkbaar met artikel 6 en artikel 24 van de Nederlandse Mededingingswet).

Kartels en mededingingsbeperkende gedragingen

mededingingsrecht ineslegalArtikel 101 van het Verdrag (en artikel 6 van de Nederlandse Mededingingswet) verbiedt overeenkomsten tussen twee of meer onafhankelijke marktpartijen die de mededinging beperken. Deze bepaling omvat zowel horizontale overeenkomsten (tussen bestaande en potentiële concurrenten die actief zijn op hetzelfde niveau van de distributieketen) en verticale overeenkomsten (tussen ondernemingen die op verschillende niveaus actief zijn, bijvoorbeeld een overeenkomst tussen een fabrikant en de distributeur). Er zijn slecht beperkte uitzonderingen beschikbaar op de algemene verbodsbepaling. Het meest flagrante voorbeeld van illegaal handelen inbreuk makend op artikel 101 van het Verdrag is een kartel tussen concurrenten, welke kan bestaan uit prijsafspraken en/of marktverdeling.

Misbruik van machtspositie

Artikel 102 van het Verdrag (en artikel 24 van de Nederlandse Mededingingswet) verbiedt ondernemingen met een machtspositie op een markt misbruik te maken hiervan, bijvoorbeeld door oneerlijke prijzen te hanteren, productie te beperken, of door te weigeren te innoveren ten koste van consumenten.

Bevoegdheden

De Europese Commissie is bevoegd op grond van het Verdrag om deze regels toe te passen en heeft hiertoe een aantal onderzoeksbevoegdheden (bijvoorbeeld inspectie van een bedrijf of een woonhuis, schriftelijke verzoeken om informatie, etc.). De Europese Commissie kan ook boetes opleggen aan ondernemingen die de Europese mededingingsregels overtreden.

Toepassing

Nationale mededingingsautoriteiten, zoals de Nederlandse Autoriteit Consument & Markt, hebben de bevoegdheid om artikelen 101 en 102 van het Verdrag volledig toe te passen om ervoor te zorgen dat de concurrentie niet wordt verhinderd of beperkt. Nationale rechters kunnen deze bepalingen ook toepassen om de individuele rechten te beschermen die door het Verdrag aan burgers worden toegekend.

Neem contact op met ons om te weten waar u staat!

Diensten

Ten aanzien van deze onderwerpen biedt InesLegal u de volgende diensten aan:

enEnglish